Socialistische Haarlemmer van de Haagse School

afbeelding van René van Stekelenborg René van Stekelenborg Aantal keren gelezen: 2,143 Historie

Met de Amsterdamse School en de Haagse School zijn we best bekend. Wat veel mensen niet weten is dat een van de grondleggers van het Nieuwe Bouwen en de Nieuwe Zakelijkheid ene Han van Loghem was, een Haarlemmer die nauwelijks bekendheid geniet in zijn eigen stad. En dat terwijl er vanuit architectuur- en bouwkunde-opleidingen in binnen en buitenland meer en meer toeristen op zoek gaan naar de ‘roots’ van de bedenker van het Amsterdamse Betondorp.

Overal aanwezig
Als je alle Van Loghem-woningen wilt zien, dan kun je maar beter een fiets huren. Want kriskras door de stad heeft de man stiekem meer nagelaten aan zijn stad dan Gaudi ooit deed voor Barcelona.
Het Sportfondsenbad mag dan gesloopt zijn, er blijft nog genoeg over om te bewonderen, zoals Tuinwijk Zuid, nu Heemstede, Tuinwijk Noord, de Steenhaag aan het Spaarne, de Nijlstraat, het Rosehaghebuurtje achteraan de Zijlweg, ’t Ford aan de Frederik van Eedenlaan, de driedubbele woning aan de Oosterhoutlaan in het Haarlemmerhoutpark, het woon-/winkelpand van Ridderstraat 20, de twee-onder-één-kapwoningen aan de Crayenesterlaan, plattelandsvilla Eigen Haard, plattelandsvilla ‘t Honk, ’t Zonnehuis, villa de Zwanenhof aan de Vijverlaan, het woningblok van Huis ter Cleeff en woningbouwcomplex Onder Dak aan de Kleverlaan. Wie nog even wil doortrappen die pakt nog even de Haarlemsche Bank aan de Hoofdvaart in Hoofddorp mee of slaat al in een vroeger stadium af richting IJmuiden en Santpoort op zoek naar elektriciteitshuisjes van de hand van de meester.

Johannes Bernardus (Han) van Loghem (Haarlem, 19 oktober 1881 - Haarlem, 28 februari 1940), zoon van Johannes Jacobus van Loghem en Ida Dicke, was een Nederlands architect én Haarlemmer. Én overtuigd socialist wat sterk naar voren kwam in zijn ontwerpen van tuindorpen zoals bij Betondorp in Amsterdam. Het rare was dat de Haarlemse Van Loghem uiteindelijk de boeken is ingegaan als één van de vertegenwoordigers van het Nieuwe Bouwen of de Nieuwe Haagse School terwijl hij niets, maar dan ook niets op had met de residentiestad in Zuid-Holland.

Van Loghem werd geboren in Haarlem in een gegoede familie, zijn vader was een rijke bloembollenkweker. Hij werd voor die tijd behoorlijk vrij opgevoed. Geloof en dogma’s waren hem vreemd. Na in Haarlem de hbs te hebben doorlopen studeerde hij voor civiel ingenieur aan de Polytechnische School te Delft, nu de Technische Universiteit Delft. Hij had onder meer college van Henri Evers en J.F. Klinkhamer. Van Loghem was lid van het Delfts Studentencorps en was wedstrijdroeier bij roeivereniging Laga. Hij sportte veel. Zwemmen en wandelen waren zijn hele leven favoriete bezigheden.

Succesvol in kunst en architectuur
In 1909 studeerde Van Loghem af in bouwkunde. Hij vestigde zich in Haarlem en trouwde op 30 september 1911 met kunstenares met Bertha Maragrita Elisabeth (Beppie) Neumeier (1890-1983). Ze kregen vier kinderen, een zoon en drie dochters en vormden een vooruitstrevend gezin, dat creativiteit hoog in het vaandel had. Neumeier was één van de stichters van de Haarlemse Montessorischool en was geen onverdienstelijk kunstenaar: ze won in 1925 en in 1937 met haar kunstwerken een medaille op de wereldtentoonstelling in Parijs. In 1912 betrok het echtpaar Van Loghem de door Han van Loghem zelf ontworpen villa 'De Steenhaag' in Heemstede. Daar was ook zijn architectenbureau met 8 medewerkers ondergebracht.

Behalve een progressieve inborst had Van Loghem ook iets excentrieks: hij droeg vaak een monocle en bezocht zijn opdrachtgevers op een Harley-Davidson. Zijn tweedkostuums werden door zijn echtgenote zelf gemaakt. Hij speelde een rolletje bij de door de avant-gardistisch kunstenaar Theo van Doesburg georganiseerde Dada-avond op 11 januari 1923, waar Kurt Schwitters zijn roemruchte klankgedichten voordroeg.

Berlage-invloed
Van Loghem kreeg al snel veel opdrachten, waaronder veel utiliteitsbouw, de Kennemer Electriciteit-Maatschappij (KEM) was één van zijn belangrijkere opdrachtgevers. Voor de KEM en haar opvolger het Provinciaal Elektriciteitsbedrijf van Noord-Holland (PEN) ontwierp hij tussen 1914 en 1919 tachtig transformatorhuisjes in Noord-Holland. Een voorbeeld van zijn werk is de elektriciteitscentrale in IJmuiden (1912-1914). Voor deze gebouwtjes gebruikte hij niet één vast model, maar tekende hij telkens een aan de omgeving aangepast ontwerp. Een deel van Van Loghems werk uit zijn beginperiode is duidelijk beïnvloed door de architect H.P. Berlage, wat ook te zien is aan de transformatorhuisjes. Aardig detail is dat de transformatorhuisjes van Van Loghem alle opgesierd worden door twee tegels van respectievelijk een hond en een haan, waarbij niet geheel duidelijk is of deze een symbolische betekenis hebben ze zo ja, welke. Naast utiliteitsbouw ontwierp Van Loghem ook grotere woonhuizen, zoals villa's en stadswoningen. Hij deed dit voornamelijk in Heemstede en Haarlem, zoals de landhuizen 'De Meerle' (1911), 'Singapore' (1912-1914), 'Eigen Haard' (1917-1918), 'De Steenhaag' en 'De Waterlelie'. De vader van Van Loghem liet ook een woning door zijn zoon ontwerpen: villa 'De Zwanenhof' (1909) in Haarlem.

In zijn beginperiode was Van Loghem nog niet stijlvast, wel zette hij zich af tegen de 19de-eeuwse neostijlen waarmee hij was opgevoed en waarin hij was opgeleid. Van Loghem koos voor modern en strak. Naast 'modern en strak' liet hij zich inspireren door oude Hollandse tradities, zoals de boerderijbouw, 17de- en 18de-eeuwse patriciërs- en buitenhuizen en de Engelse landhuisbouw.

Sociale woningbouw
Van Loghem werkte vanaf 1917 ook aan sociale woningbouwprojecten, waarin hij zich liet inspireren door de tuinstadbeweging. Voorbeelden hiervan zijn de ontwerpen voor woningbouwvereniging 'Huis ter Cleeff', woningbouwvereniging 'Rosehaghe' en Tuinwijk-Zuid in Haarlem. Deze wijken zijn ruim van opzet en met veel groen, precies zoals de tuinstadbeweging dat nastreefde omdat arbeiders recht hadden op licht en lucht. Een idee dat hij deelde met Berlage. Opvallend aan de tuinsteden in Haarlem is de strakke, kubistische vormgeving. Die typische strakke belijning is vaker terug te zien ontwerpen van Van Loghem in Haarlem en omgeving. De panden zijn daardoor eenvoudig te dateren als zijnde uit de jaren 20-30.

Van Loghem was socialist en volgens hem was er een sterke samenhang tussen architectuur en politiek, om die reden sloot hij zich in 1919 aan bij de Bond van revolutionair-socialistische intellectuelen net als bijvoorbeeld Van Doesburg en Berlage, een overtuiging die in de periode van de tuindorpen zeer sterk naar voren kwam. Een tuindorp was voor Van Loghem een socialistisch ideaal. “Etagewoningen”, zo vond Van Loghem “waren een kapitalistische en mensonwaardige oplossing en alleen bedoeld om arbeiders op te bergen”. Van Loghem hoopte dat zijn architectuur een bijdrage kon leveren aan de verbetering van de leefomstandigheden van de minder bedeelden. In de geest van het socialisme maakte Van Loghem van zijn bureau een collectief; volgens Van Loghem waren architect, ingenieur, tekenaar, opzichter en vakarbeider allen gelijk en probeerden zij niets meer dan gezamenlijk een bouwwerk tot stand te brengen. Van Loghem vond dat de architect niet de baas was van een project, dat idee noemde Van Loghem 'een belachelijkheid, een uiting van burgerlijke zielen, die zich vastklampen aan het verleden en het komende met den kop in het zand afwachten'. Dit zei Van Loghem al in 1921. Het zou elke woningbouwcorporatie en architectenbureau anno nu sieren om de ideeën en idealen van Van Loghem te omarmen en hun missie te herschrijven tot wat hen echt drijft; mensen goed, lekker, gelukkig en gezond laten wonen in huizen die de menselijke maat als uitgangspunt hebben.

Betondorp
Eén van de bekendste woningbouwprojecten waaraan Van Loghem van 1922 tot 1923 meewerkte, was het betonnen tuindorp Watergraafsmeer in Amsterdam, het zogeheten Betondorp - bekend uit De Avonden van G.K. van het Reve. Gerard en Karel van het Reve groeiden er op. Net als Johan Cruijff. Betondorp was een door gemeente Amsterdam opgezet experiment met systeembouw. Dit project was Van Loghem op het lijf geschreven omdat het niet alleen sociale woningbouw betrof maar hij ook kon experimenteren met nieuwe constructies en materialen. De 900 woningen zouden worden opgetrokken uit beton. Belangrijkste voordelen waren de lage prijs en het feit dat er minder bouwvakkers nodig waren. In de jaren twintig heerste er een schreeuwend gebrek aan bouwvakkers en was de woningnood hoog.
Vijftig architecten dongen mee naar opdrachten voor Betondorp, zoals Tuindorp Watergraafsmeer spoedig ging heten. Tien werden er uitverkoren, van wie Han van Loghem en diens bewonderaar Dick Greiner (1891-1964) de belangrijkste waren. Van Loghem kreeg deelopdrachten aan de Graanstraat, de Schovenstraat en het Zuivelplein – in totaal 120 woningen. Hij maakte gebruik van zogeheten bimsbeton, dat lichter is dan andere soorten en door de opgesloten lucht beter isoleert. Geweldig materiaal was het niet, want al 30 jaar na de oplevering werden de panden geplaagd door ernstige betonrot.
De strakke vorm en de platte daken zijn het summum van functionalisme. Alleen boven de voordeuren is iets van versiering aangebracht. De huidige ornamenten zijn overigens anders dan de oorspronkelijke; die werden na de Tweede Wereldoorlog verwijderd omdat ze te zeer deden denken aan een hakenkruispatroon.

Nieuwe Bouwen
Eigenlijk vindt de vroege veertiger Van Loghem met het werk aan Betondorp pas zijn vorm. Hij posteert hij zich als wegbereider van het Nieuwe Bouwen – zakelijk, strak, en wars van ornamentiek. “De prachtige gladde, vlakke muur”, stelde hij, moet niet “door uitsteeksels, voorsprongen, rare bochtige lijnen verfraaid worden.” Beton vond Van Loghem superieur aan baksteen of natuursteen. Het is “een meer vergeestelijkt materiaal”, schreef hij later. “Het is door studie uit den geest gesproken.” Dankzij beton kun je “met een minimum aan materiaal een maximum aan ruimte scheppen.”
Voor Van Loghem hoorde het begrip ‘stijl’ niet in de architectonische praktijk thuis. Het ging om functie en constructie. “Bouwen is een roeping vervullen die de mensheid tot dienst kan zijn”, was zijn motto. “Alle krachten, zowel materieele, geestelijke en psychische krachten van het leven, behooren in het bouwwerk tot eenheid gebracht en tot zuivere gestalte gevoerd te zijn.”
Dit project en het project woonhuis 't Fort' in Haarlem zijn dus Van Loghems eerste duidelijke stappen richting een eigen stijl die strak en zakelijk was.

Naar Siberië
Van 1924 tot 1926 was Van Loghem werkzaam in Siberië bij de stedenbouwkundige ontwikkeling van een industrieel gebied in midden Siberië, met als centrum de mijnstad Kemerovo. Op uitnodiging van de Nederlandse ingenieur Sebald Rutgers, die daar voor het communistische bewind de mijnbouw organiseerde, ontwierp Van Loghem een woonwijk voor het mijnpersoneel. Aanvankelijk stond hem een tweede Betondorp voor ogen, maar daarvoor ontbraken ter plaatse de materialen. Baksteen van rivierklei was volop aanwezig, en Van Loghem greep terug op de stijl van de Amsterdamse School. Behalve woningen bouwde hij een school, een winkel en andere voorzieningen. Van het stadje is een deel afgebroken, maar wat over is wordt zoveel mogelijk gerestaureerd.

Na Siberië
Na terugkeer uit Siberië vestigde Van Loghem zijn bureau in Rotterdam in de eerste wolkenkrabber van Nederland: het Witte Huis. Hij had in die tijd maar weinig opdrachten maar publiceerde veel artikelen over architectuur. Hij moest noodgedwongen door de markt inkrimpen en verplaatste zijn bureau naar Rotterdam. Opdrachten waren er niet veel meer door de algehele bouwmalaise. Zijn reputatie als rode architect zal niet geholpen hebben. In 1928 bouwde hij in Amsterdam aan de Zwanenburgwal in opdracht van een ijzerhandel voor een laag budget een pakhuis en kantoren. Het pand heeft nu een woonbestemming.
Hij bouwde nog enkele villa’s, een rusthuis in Driebergen en een zwembad in Haarlem. Nogal tegen zijn principes in ontwierp hij in 1933 als bijdrage aan de door Amsterdam uitgeschreven Prijsvraag voor Goedkoope Arbeiderswoningen een complex van 22 woontorens van 16 verdiepingen, maar dat kwam niet verder dan de voorronden.
De financiële perikelen hadden hun weerslag op zijn huwelijk, dat alleen met de grootste moeite in stand bleef. Hij werd docent aan de Amsterdamse bouwacademie en schreef veel in allerlei tijdschriften.

Zo was hij bouwkundig medewerker van de Nieuwe Rotterdamsche Courant, het Algemeen Handelsblad en de Groene Amsterdammer, ook was hij redactielid van de tijdschriften 8 en Opbouw, Bouwkundig Weekblad en Wendingen. In 1932 verscheen zijn boek: Bouwen, Bauen, Bâtir, Building. Van Loghem stelt in dit boek dat een architect zich open moet stellen voor de culturele en materiële waarden van zijn tijd, volgens Van Loghem ontstaat op die manier architectuur waarin het echte leven wordt weerspiegeld. Achteraf kan worden gezegd dat Van Loghem zijn tijd ver vooruit was.

Andere werkzaamheden
Naast gebouwen ontwierp Van Loghem ook meubels, was hij redacteur en van 1917 tot 1919 lid van het hoofdbestuur van de Bond van Nederlandsche Architecten. Ook doceerde hij van 1916 tot 1925 techniektheorie aan het Voorbereidend Hoger Bouwkundig Onderwijs in Amsterdam.

Haarlems vernieuwer
Op 28 februari 1940 overleed Han van Lochem, 58 jaar slechts, aan trombose, als complicatie na een operatie.
De uitspraak die de idealist Van Loghem het meest typeert is: 'Bouwen is een roeping vervullen, die de mensheid tot dienst kan zijn'. Zijn socialistische sympathieën bepaalden in hoge mate zijn visie op architectuur en betekende in zekere zin ook zijn ondergang als bouwend architect. Het ging Van Loghem niet om een plaatsje in de (kunst)geschiedenisboeken, om een persoonlijk monument, maar om zoveel mogelijk mensen prettig te laten wonen. Hij oefende zijn vak uit met liefde en een enorme toewijding, al leefde hij emotioneel wat teruggetrokken, vooral na zijn Russische avontuur. Van Loghem was voornamelijk ook een vernieuwer, als een van de eersten en weinigen van zijn generatie zou hij aansluiting vinden bij het Nieuwe Bouwen. Belangrijke technische en stilistische vernieuwingen die hij al vroeg toepaste, werden later gemeengoed. Toen de opdrachten te wensen overlieten, wierp hij zich op als theoreticus en woordvoerder van het Nieuwe Bouwen. Zo heeft hij een belangrijke bijdrage geleverd aan het op de architectonische kaart zetten van deze stroming.

Comments (2)

afbeelding van Philip van Loghem

Philip van Loghem (niet gecontroleerd)

September 26, 2018, 4:35 am -
Comment: 
JB and Berthe were my grandparents. My Father Johannes married Machteld Vis and emigrated to New Zealand where they established Lockwood Homes with Jo La Grouw. Both now passed. Berthe was a prolific tapestry weaver, and I am interested in understanding if she had any connection pre WW2 to the Bauhaus design school, as her works were often inspired by Bauhaus design. I believe 2 tapestries hang in van Gogh in Amsterdam Happy to hear from anyone interested Phil@vanloghem.co.nz
afbeelding van Joris Bremer

Joris Bremer (niet gecontroleerd)

July 30, 2020, 4:12 pm -
Comment: 
Hallo Phil, This is a short massage van Joris, je neef uit Zwolle Holland. Ik ben nu bij het Lockwood huisje en het is nog goed. Ik had net een verhaal over Johannes La Grouw gelezen! En toen zocht naar van Loghem, je vader en machteld je moeder en ik kwam op deze site! Ik hoop dat het goed met je(jullie) gaat Bij ons gaat het goed, ondank covid-19 Ik woon nu in Hattem vlakbij Zwolle. Groetjes, Joris

Leave a comment.

afbeelding van René van Stekelenborg
René van Stekelenborg
Ik ben een Haarlemse aandachttrekker. Niet voor mezelf, maar voor anderen. En dat doe ik via mijn 'aandachtsfabriek' voor ondernemingen, instellingen, organisaties, freelancers, kunstenaars, architecten, vormgevers en koekenbakkers die een verhaal te vertellen hebben of wat willen verkopen. Liefst via de media vragen ze om aandacht voor hun product of dienst. Als Neerlandicus met een (bedrijfs-)journalistieke achtergrond denk ik te weten hoe ik met verhalen in een passende tone-of-voice de nieuwsgierigheid kan opwekken en de aandacht kan vasthouden.

Ontvang iedere week een gratis verhaal!

Laat je inspireren door de beste schrijvers en ontvang de nieuwste verhalen per mail!
Geef je op en je krijgt wekelijks een gratis verhaal opgestuurd.

 

Ja, dat wil ik wel   Of bestel het magazine

Het podium voor jouw verhaal

De Verhalenmakers is een sociale onderneming met als belangrijkste doel: bijdragen aan verbinding.

Wij bieden een podium voor verhalen, schrijvers en professionals omdat we geloven in de kracht van storytelling.

Ben je een schrijver of wil je graag schrijven?
Meld je aan!

Twitter

RT @JetPeep: Wat moet een stadse puber nu op het Franse platteland. Saai? Integendeel. Lees zijn avontuur https://t.co/JjsrpPC1w5 https://t…
De Verhalenmakers (4 years ago)
Tnx @CarienTouwen voor de publicatie over de #verhalenwedstrijd op https://t.co/UX4u38lwNw. Kom maar door met die mooie verhalen!
De Verhalenmakers (5 years ago)
Tnx @HaarlemseZaken voor de publicatie over de #verhalenwedstrijd. Kom maar door met die mooie verhalen! https://t.co/12HeDI8DRf
De Verhalenmakers (5 years ago)
Yes! https://t.co/ytcegbvBAv
De Verhalenmakers (5 years ago)
Mooi begin van een nieuw #verhaal https://t.co/6aPxB6LDjH
De Verhalenmakers (5 years ago)

@social #media

Contact

De Verhalenmakers

info [at] verhalenmakers.com
of ga naar de contactpagina