Moeten we er nog wat van maken in ons Haarlem?

afbeelding van René van Stekelenborg René van Stekelenborg Aantal keren gelezen: 2,617 Real Life

Waarschijnlijk ben ik de enige. Als ik door ons alleraardigste stadshart loop, dan kijk ik graag omhoog en aanschouw de leuke geveltjes met ornamentjes en vraag me af wie er woont of werkt. Of wie er had kunnen wonen of werken want er staat de afgelopen jaren heel wat leeg, te huur of te koop. En ik verwonder me over het harde bestaan van het merendeel van winkels dat na rigoureuze verbouwingen amper een tiental shoppende klanten over de vloer krijgt. Als ik het aantal vierkante meters winkeloppervlak aanschouw en de vijf bediendes non-stop zie app’en, dan vraag ik me af hoeveel ansichtkaarten, stickers en maakindustrie-prullaria je moet verkopen om aan de huurprijzen te voldoen.

Ik houd van lifestyle-winkeltjes, rommelmarkten en design-hebbedingetjes. Dat zit in me. Ik rommel het liefst de ganse dag in de marge, net als Karel Appel ooit zei dat hij maar wat aan rotzooide. Winkelen is voor mij een grote ontdekkingstocht, waarbij ik me graag laat leiden door de unieke stadsverhalen achter producten, ontwerpen en designs. Als ik Krentenwegge wil eten, dan moet ik naar het Oosten. Als ik een voorschot wil op de nieuwe lichting afgestudeerden van de Design Academy, dan trek ik Eindhoven in. En als ik wil weten hoe maakbaar tegenwoordig ons mooie Haarlem is, dan ... Ja, dan wat eigenlijk? Dan zie ik of hoor ik geen enkel verhaal dat echt van Haarlemmers afkomstig is, of het moet het verhaal van Van der Pigge en haar haarlemmerolie zijn.

MKB als Europees cultureel erfgoed
Een stadshart is ooit een bloeiend centrum geworden omdat mensen uit alle windstreken bij elkaar kwamen voor de handel, de industrie en aanpalende diensten en toeleveranciers. Werkloze smokkelaars, vissers en boeren gaven hun kneuterige bestaan maar wat graag op om hun geluk in de stad te beproeven. Achter de lopende band, op de Vismarkt of in een tot consultancy omgebouwde brouwerij aan de gracht.
In een later stadium wilden grote (Amerikaanse) merken deel uitmaken van die typisch Europese laat-middeleeuwse traditie en zich een verhaal aanmeten dat overeenkomt met onze kleinschalige midden- en kleinbedrijf-opzet. En dus zag je sinds de jaren ’70 en ‘80 van de vorige eeuw dat grote anonieme ketens een eigen plek opeisten waaruit de menselijke maat, de traditie, het ambachtelijke en het kwalitatieve klantcontact had moeten spreken. McDonalds kwam en overwon in het het oude Droste-pand aan het Verwulft. Zo stilletjes dat niemand nu nog weet wanneer de fastfood-prijsstunter precies zijn intrek nam.

Core business
Tilburg had zijn wol- en textielindustrie. Eindhoven had per ongeluk de broertjes Philips uit Zaltbommel binnengehaald omdat hun geboortegemeente schandalig veel huur vroeg voor een vervallen fabriekspandje, Rotterdam heeft de haven en Haarlem moest het ooit hebben van een grote grafische industrie, de linnenhandel, 150 bierbrouwerijen, de media en de entertainmentindustrie in de vorm van platenmaatschappijen. Daarnaast was en is Haarlem nog altijd de hoofdstad van de provincie Noord-Holland, een politiek bolwerk en tevens een van de allerhoogste adviesorganen voor onze democratische besluitvorming in Den Haag. Volgens mij vergeten we dat nog weleens. De rest is vergane glorie. En dus snappen we niet goed meer welke economische aantrekkingskracht Haarlem nog heeft om je te vestigen als opkomende start-up.
We zijn vergeten dat er een lijn te trekken valt tussen de uitvinding van de boekdrukkunst via de grafische industrie naar het internet-of-things van morgen. We durven niets meer te zeggen over de kwakzalvers van vroeger en het feit dat er bij de Gall & Gall nog steeds Haarlems Grachtenwater (Google dat maar eens!) verkrijgbaar is en we beseffen nauwelijks dat we in Café Brinkman in het voormalige woonhuis zijn van een van de grootste auteurs van Nederland: Willem Bilderdijk. Oftewel, we zijn onze banden met ons eigen verleden compleet uit het oog verloren.

Identiteit
Is dat erg? Welnee joh! Silicon Valley is ook uit het niets groot geworden. Las Vegas idem dito. Maar daar heb je nooit iemand horen vertellen dat elk nieuw initiatief niet welkom zou zijn omdat het niet past bij een roemrijk verleden? En daar zeggen ze je ook niets over een roemrijk verleden omdat ze dat niet weten en niet kennen. In Haarlem denken we net zoals in Polen of in Oostenrijk. We hadden ooit wat, maar weten niet meer precies wat en daar gaan we prat op. Iets met Copernicus of was het nou een componist? Was Bach of Mozart nou in de grote Bavo geboren? Zoiets. Ik hoorde laatst iemand vertellen dat wijnhandel Bacchus vernoemd zou zijn naar de componist. Tuurlijk, laat alle vrije associaties maar gerust de vrije loop.
Als we beseffen dat onze identiteit er eentje van nu is, dan wordt heel snel duidelijk wat ons als stad zonder grote voetbalclub, zonder publiekstrekkers van het formaat Rijksmuseum en zonder kneuterige kledingdracht en palingrokerijen echt bindt.

Ik snap dondersgoed dat iemand die voortborduurt op een oud chocolade-recept hier een goede kans van slagen heeft. Of met zijn t-shirts de linnenindustrie van vroeger wil verduurzamen. Of instapt op elastische producten gemaakt van Tweka-afval.

De omgekeerde bewijsdrang
Door de veramerikanisering van onze retail zijn we zelf gaan geloven in het zo duur mogelijk verhandelen van onze vierkante meters straatgrondprijs. Daarom staat wel Haarlem maar niet Nijmegen of Den Bosch vernoemd op het Monopoly-bord. Toch?
We zijn voer geworden voor vastgoedhandelaren die niet snappen dat een levendige stad geen kwestie is van een gezelschap sigarenrokende dikke krijtstreeppakken dat aan het kwartetten is met complete straatnaambordjes.
Haarlem was niet opeens uitgeroepen tot de beste winkelstad van Nederland omdat McDonalds of de UPC-Servicewinkel opeens een filiaal in de Grote Houtstraat hadden geopend. Haarlem was al winkelend een avontuur omdat je stuitte op een heuse poppendokter op de Gedempte Oude Gracht en je kwam nog een etalage tegen waarin werd uitgelegd hoe een traditionele vioolbouwer te werk gaat.
Ik wil op zoek naar jongeren die roemers 2.0-stijl maken waaruit ik Uiltje bier kan drinken en winkeltjes waar ze Malle Babbe-hoofddoekjes verkopen omdat het kan. Ben ik de enige die weleens dacht hoe makkelijk het is om Werthers’ Original te verkopen als Malle (roomboter-)Babbelaars? Ik bedoel maar!

Was vroeger alles beter?
Was vroeger alles beter? Nee hoor, absoluut niet. Maar, feit is wel dat er slechts aandacht was voor de menselijke maat en men had bedoeld of onbedoeld weet van elkaar. We organiseerden omdat we het leuk vonden om samen wat te doen en niet om in alle haast nog aan de huurprijzen te voldoen. Als we elkaar voortdurend blijven bevragen waarop we trots mogen zijn als stad en wat we gezamenlijk kunnen adviseren aan onze steeds groter groeiende groep toeristen, dan zijn we al een heel stuk verder. Geef onze auteurs, onze journalisten, onze soapies, onze eigenzinnige retailers, onze grafici en designers, onze platenpersers, managers, reclamegoeroes en onze jongste ondernemers annex Anton Dreesmannetjes de kans om zichzelf te profileren en daarmee onze stad een nieuw elan mee te geven. Een poster ophangen waarmee je aangeeft wat er allemaal te koop en te huur staat kan altijd nog.

Stilstand is achteruitgang. Zo is het ook met leegstand. Een stadshart waar niemand zich meer lijkt te willen vestigen is funest voor een centrum. De gemeente heeft, samen met vastgoedhandelaren en makelaars, volledig zelfstandig in de hand hoe leefbaar haar centrum eruit ziet. Voor de lol zou je eens moeten uitrekenen hoeveel precariobelasting onze gemeente jaarlijks kan binnenharken op de zichtbaarheid van alle te huur-posters van makelaars bij leegstaande kantoor- en winkelpanden. Is de ongebreidelde reclame van vastgoedboeren eigenlijk wel aan limieten gebonden en zo nee, waarom eigenlijk niet? Mij kun je niet wijsmaken dat ook zij ooit het centrum zijn ingetrokken om er nog beter van te worden ten koste van ons stadshart.

Leave a comment.

afbeelding van René van Stekelenborg
René van Stekelenborg
Ik ben een Haarlemse aandachttrekker. Niet voor mezelf, maar voor anderen. En dat doe ik via mijn 'aandachtsfabriek' voor ondernemingen, instellingen, organisaties, freelancers, kunstenaars, architecten, vormgevers en koekenbakkers die een verhaal te vertellen hebben of wat willen verkopen. Liefst via de media vragen ze om aandacht voor hun product of dienst. Als Neerlandicus met een (bedrijfs-)journalistieke achtergrond denk ik te weten hoe ik met verhalen in een passende tone-of-voice de nieuwsgierigheid kan opwekken en de aandacht kan vasthouden.

Ontvang iedere week een gratis verhaal!

Laat je inspireren door de beste schrijvers en ontvang de nieuwste verhalen per mail!
Geef je op en je krijgt wekelijks een gratis verhaal opgestuurd.

 

Ja, dat wil ik wel   Of bestel het magazine

Het podium voor jouw verhaal

De Verhalenmakers is een sociale onderneming met als belangrijkste doel: bijdragen aan verbinding.

Wij bieden een podium voor verhalen, schrijvers en professionals omdat we geloven in de kracht van storytelling.

Ben je een schrijver of wil je graag schrijven?
Meld je aan!

Twitter

RT @JetPeep: Wat moet een stadse puber nu op het Franse platteland. Saai? Integendeel. Lees zijn avontuur https://t.co/JjsrpPC1w5 https://t…
De Verhalenmakers (4 years ago)
Tnx @CarienTouwen voor de publicatie over de #verhalenwedstrijd op https://t.co/UX4u38lwNw. Kom maar door met die mooie verhalen!
De Verhalenmakers (5 years ago)
Tnx @HaarlemseZaken voor de publicatie over de #verhalenwedstrijd. Kom maar door met die mooie verhalen! https://t.co/12HeDI8DRf
De Verhalenmakers (5 years ago)
Yes! https://t.co/ytcegbvBAv
De Verhalenmakers (5 years ago)
Mooi begin van een nieuw #verhaal https://t.co/6aPxB6LDjH
De Verhalenmakers (5 years ago)

@social #media

Contact

De Verhalenmakers

info [at] verhalenmakers.com
of ga naar de contactpagina