Camper? Ja leuk? echt niet altijd!

Barbara van Wijk Aantal keren gelezen: 973 Reizen

onze camper is onze vriend, maar soms ook onze vijand. In dit verhaal hebben we het over een megaprobleem dat ons is overkomen met een camper.

Vanmorgen vertrokken. We gaan 8 weken naar Engeland, Ierland en Schotland. De camper staat in België in de opslag. Een paprikakas waar we nietsvermoedend helemaal gelukkig inrijden: hier begint de vakantie met het overladen van spullen van de personenauto in de camper. Als de kas inrijden krijgen we de schrik van ons leven: de halve kas staat onder water! Althans water?....Blubber! In de verte zien wij onze mooie camper tot zijn knieën in de prut staan. Mijn hemel wat een kledderboel!

Nog niet geheel van de schrik bekomen zien we de eigenaar van de kas aan komen lopen. “Zijt gij geschrokken?” Tja, dat kan je wel zeggen, ja. “Geen probleem, geen probleem, we trekken hem er wel efkes uit met mijne tractor!” Hij stapt in de klaarstaande tractor en klikt een stevige kabel in het
trekoog, sjort even met die tractor heen en weer, geeft gas en dan zien we achter zijn achterwielen de drab hoog opspuiten zó over onze camper heen. 

Ik krijg rillingen over mijn rug, maar de kasboer zit er niet mee. “Geen probleem, geen probleem! Da’s met een ietwat water zó weg te vegen, niks aan de hand!” Nou ja, laten wij er ook maar geen probleem van maken. Het is nu eenmaal niet anders en we hebben acht weken Engelse cultuur, natuur en schoonheid voor de boeg, dus wat maakt een beetje blubber dan uit? 

De tweede schrik volgt al gauw. Als we de camper willen starten doet de accu helemaal niets, ondanks ons ingenieuze oplaad-apparaatje dat we hadden gekocht om hem op peil te houden tijdens de opslag. Mooi niet dus….Egbert zet de personenauto ervoor, verbindt een draadje tussen de ene accu en de andere en ja  hoor, de campermotor springt aan. Een heerlijk geronk klinkt ons in de
oren, maar niet lang, want als Egbert probeert de camper op eigen kracht te starten, klinkt er een oorverdovende stilte. Er gebeurt niets. Zo proberen we een keer of drie om de onwillige accu tot de orde te roepen, maar nee, hij blijft het vertikken.

“Dan moeten we naar een garage.” Heerlijk vind ik dat, Egbert weet altijd wel een oplossing. Hij start weer via de personenauto en even later tuffen we op de snelweg van Gent naar Antwerpen, een zesbaans weg. We rijden op de derde baan. Het is midden in de spits. Opeens slaat de motor af door een onhandige manoeuvre. Mijn hemel, wat nu! Ik zie Egbert in elkaar krimpen. Hij doet een verwoede poging om weer te starten, maar nee, weer datzelfde helemaal niets. Hellep!! Zo’n camper duw je niet eventjes aan de kant!  Bovendien flitsen links en rechts van ons de auto’s en vrachtauto’s voorbij en wij staan daar gewoon stil midden op de snelweg! 

Paniek maakt zich van ons meester, “Wat kunnen we doen?” hoor ik iemand zeggen. Het is mijn eigen stem die ik niet herken. We kunnen niet eens uitstappen, ze rijden je hartstikke dood! Wat kunnen we anders doen dan bibberen en sidderen? Moeten we hier echt alleen maar wachten tot er eentje achterop knalt? We kunnen niet eens de knipperlichten aanzetten, die zijn dood als de accu dood is! 

Dan besluiten we met de moed der wanhoop toch maar om uit te stappen, hoe gevaarlijk dit
ook is, maar wat kun je anders?

Dan zie ik ineens felle zwaailichten boven op een groot geel voertuig aankomen. “Dat is de redding” flitst er door me heen. O wat een mooie aanblik!  De hemel is ons genadig! Als in een reflex stel 
ik mezelf met zwaaiende armen strategisch op. En daar sta ik dan te zwaaien met armen en benen op de tweede rijbaan van de snelweg Gent- Antwerpen! “Ho, stop!” ik schreeuw het uit. Hoe is het in hemelsnaam mogelijk dat er juist op dit cruciale moment een takelwagen zomaar uit de hemel komt vallen! Toeval bestaat toch!! 

De bestuurder manoeuvreert zet zijn takelgevaarte behendig op de vluchtstrook en als ik onze redder zie, leg ik hem bijna snikkend uit dat we geen kant op kunnen. Nog steeds flitsen medeweggebruikers links en rechts langs onze onwillige camper heen, hun blikken vol ergernis. Je hóórt ze denken: “Die
stommerd, wat staat die daar nou te staan midden op de weg!” 

Onze reddende engel trekt zich nergens iets van aan, hij laveert tussen het snelverkeer door en instrueert ons hoe hij ons weer op gang kan helpen: “Zet hem in z’n twee, ik trek jullie heel langzaam en dan moet jij je koppeling langzaam op laten komen. Ja, ja, en dát op een zesbaans snelweg, midden in de spits? Brrr. Maar we hebben geen keus en doen wat hij zegt. “Knipper maar even naar me als hij het doet!”

Met het zweet op zijn bovenlip zie ik Egbert in uiterste concentratie gasgeven. Ja hoor, hij doet het. We sturen even een schietgebedje naar boven: “Laat-ie het alstublieft blijven doen!”
De pick-up loodst ons door het voortjakkerende verkeer naar de vluchtstrook, ijzig kalm haakt onze weldoener de sleepkabel af, hij groet ons, wil niets weten van een vergoeding, en weg is hij. “Hou gas d’r op, hoor, laat hem niet weer afslaan….” 
 
Gelukkig gebeurde dat niet meer, maar het moge duidelijk zijn dat de eerste de beste garage bezoek van ons kreeg. 

Het is nu avond. Een lege portemonnee, maar met een nieuwe accu en een ervaring rijker, staan we op de camperplaats in Kortemark na te hijgen van het avontuur. Maar het volgende avontuur staat alweer in de wacht.

Als ik probeer de koelkast aan te zetten, gaat er geen enkel lampje branden. “Nee hè, niet nog meer tegenslag!” Vastberaden probeer ik van alles om hem tot leven te roepen, maar wat ik ook doe…..
Dan komt Egbert op het idee om de volumeknop eventjes op de maximale stand te zetten. Dat blijkt het ei van Columbus, want opeens branden de lampjes! Hij had even een zetje nodig.

En nu? Nu staan we met een lekker koud pilsje op de camperplaats in Kortemark. Het regent dat het giet, maar dáár zijn we nu blij mee, alle prut van de paprikakas op de camper spoelt weg. We kijken elkaar aan: is het niet heerlijk dat alles het nu doet en dat we zelfs in een schoongespoelde camper zitten? “Roep dat maar niet al te hard” waarschuw ik Egbert. “Dat is de goden verzoeken!”
Dit was het begin van onze vakantie door The Kingdom, die verder gelukkig zonder problemen of noemenswaardige narigheid verliep. Een camper? Leuk? Meestal wel dus.

Leave a comment.

Ontvang iedere week een gratis verhaal!

Laat je inspireren door de beste schrijvers en ontvang de nieuwste verhalen per mail!
Geef je op en je krijgt wekelijks een gratis verhaal opgestuurd.

 

Ja, dat wil ik wel   Of bestel het magazine

Het podium voor jouw verhaal

De Verhalenmakers is een sociale onderneming met als belangrijkste doel: bijdragen aan verbinding.

Wij bieden een podium voor verhalen, schrijvers en professionals omdat we geloven in de kracht van storytelling.

Ben je een schrijver of wil je graag schrijven?
Meld je aan!

Twitter

RT @JetPeep: Wat moet een stadse puber nu op het Franse platteland. Saai? Integendeel. Lees zijn avontuur https://t.co/JjsrpPC1w5 https://t…
De Verhalenmakers (4 years ago)
Tnx @CarienTouwen voor de publicatie over de #verhalenwedstrijd op https://t.co/UX4u38lwNw. Kom maar door met die mooie verhalen!
De Verhalenmakers (5 years ago)
Tnx @HaarlemseZaken voor de publicatie over de #verhalenwedstrijd. Kom maar door met die mooie verhalen! https://t.co/12HeDI8DRf
De Verhalenmakers (5 years ago)
Yes! https://t.co/ytcegbvBAv
De Verhalenmakers (5 years ago)
Mooi begin van een nieuw #verhaal https://t.co/6aPxB6LDjH
De Verhalenmakers (5 years ago)

@social #media

Contact

De Verhalenmakers

info [at] verhalenmakers.com
of ga naar de contactpagina