De Advocaat en de Duivel

Heleen Folgering's picture Heleen Folgering Aantal keren gelezen: 1,621 Historie

Chris van Linschoten loopt naar aanleiding van een bijzondere uitnodiging midden in de nacht door Haarlem op weg naar een ontmoeting met een onbekende. Voor hij het weet is hij de spil van een gevaarlijk avontuur waarbij het voortbestaan van Haarlem en haar inwoners op het spel staat.

In de nacht van dinsdag 9 februari op woensdag 10 februari om ongeveer 10 over 3 liep een donkere figuur over de Gedempte Oude Gracht in de richting van het Spaarne.

Een man van achterin de veertig met een halflange wollen jas, een geruite sjaal om zijn nek en een hoed op,liep enigszins voorovergebogen tegen de wind in. Hij hield er niet van ’s avonds op straat te zijn; laat staan op dit uur van de nacht. Liever had hij nu in zijn warme bed gelegen in het grote herenhuis op de Nieuwe Gracht.

De reden dat hij zich had laten verleiden tot deze onaangename expeditie was het feit dat hem een zeer wonderlijk bericht had bereikt enige dagen geleden. Een brief om precies te zijn. Nu was het gezien zijn beroep als advocaat niet geheel ongebruikelijk dat hij nog echte post ontving, aangezien men officiële stukken toch vaak liever persoonlijk in een envelop overhandigde dan het respectloos in te scannen en te mailen. Wat wel opviel was het feit dat deze brief verzegelt was met een blauwlakzegel met daarop het gemeentewapen van Haarlem. De brief had geen postzegel en was dus persoonlijk bezorgd. Hij had het zegel voorzichtig verbroken en de zware enveloppe van geschept papier geopend. De brief was van hetzelfde soort papier en hij was niet eens meer verbaasd geweest toen hij zag dat de brief geschreven was met een hoge kwaliteit vulpen in een prachtig, bijna kalligrafisch, handschrift. Een handschrift zoals alleen oudere mensen nog kunnen schrijven omdat de jongere  generatie, tot zijn irritatie, alleen nog maar in losse infantiel uitziende letters leerde schrijven.

De inhoud van de brief was echter minder fraai en had hem danig verontrust.

 

“Weledelgestrenge heer Van Linschoten,

 

Het spijt mij u te moeten berichten van een meest onfortuinlijke situatie waarin uw hulp geboden is.

Laat mij beginnen mijzelf voor te stellen. Mijn naam is Andries Johann Wijngaerds.

Sinds 1982 ben ik speciaal afgezant voor het bisdom Haarlem. Ik coördineer projecten betreffendeveiligheidskwesties die het welzijn van de burgers van Haarlem aangaan.

In deze functie bevind ik mij in een zeer bedreigende situatie die een onmiddellijke oplossing vereist. Uw expertise is gewenst.

Gezien de delicate informatie die het hier betreft is uiterste geheimhouding geboden. Ik reken op uw discretie.

Om diezelfde reden wil ik u dan ook graag ontmoeten zonder dat de mogelijkheid bestaat dat men ons samen ziet. Ik verzoek u om in de nacht van komende dinsdagmij te ontmoeten op de hoek van het Spaarne en de Damstraat om 03.30 uur.

 

Graag tot ziens.

Hoogachtend,

 

A.J. Wijngaerds”

Even had hij overwogen de brief rechtstreeks de prullenbak in te kieperen en het hele verhaal af te doen als een flauwe grap. Maar om een of andere reden leek het niet op een grap. Het papier, de zegel, de toon van de brief; het straalde een vreemde sfeer uit. Alsof de brief hem was gestuurd vanuit een andere eeuw en er al die jaren over had gedaan om hem te bereiken.  

En daarom nam hij een snel, en voor zijn doen buitgewoon slecht overwogen, besluit. Hij zou gaan. De uitnodiging was te intrigerend om zo maar naast zich neer te leggen. Als hij niet zou gaan zou hij toch maar in bed liggen draaien, te nieuwsgierig om te slapen. Hij wilde de briefschrijver op z’n minst ontmoeten en als bleek dat het gewoon een nare poging zou blijken om hem van zijn stuk te brengen, dan zou hij daar dadelijk korte metten mee maken.

En zo liep hij drie dagen later in het donker door de Haarlemse binnenstad. Hij sloeg de hoek om naar het Spaarne en keek even snel naar rechts waar de verlichte verfroller-brug stil afstak tegen de nachtlucht. Toen keerde zijn blik zich naar de andere kant. Een prachtig plaatje van statige huizen, de oude ophaalbrug en de rimpelloze rivier lag voor hem.

De gemeente had duidelijk geld gestoken in het uitlichten van dit historische stadsgezicht. Maar tijd om stil te staan had hij niet en hij trok zijn kraag nog iets verder omhoog terwijl hij met snelle passen verder liep, Als snel was hij op de hoek van het Spaarne en de Damstraat. Aan de ene kant het restaurant Nobel (waarvan de Haarlemmers vaak nog steeds niet goed wisten op welke lettergreep de klemtoon nu precies lag) en aan de andere kant De Waag, vroeger het hart van de Haarlemse handel en nu een gewilde plek waar toeristen en lokale gasten een drankje dronken en op het terras uitkeken over het water.

Er was niemand te zien. Nee, dat was niet waar. Een man kwam vanuit de Damstraat naar hem toe gelopen.

Een oudere man van rond de 70 stak zijn hand uit. “Meester Van Linschoten. Aangenaam kennis te maken. Ik ben Andries Wijngaerds. Ik waardeer het zeer dat u op dit late tijdstip de moeite hebt genomen mij hier te ontmoeten.” zei hij.

“Chris van Linschoten” zei de advocaat enigszins ten overvloede. “Uw brief verraste mij zeer. Maar u weet goed hoe u iemands aandacht moet trekken. Wat kan ik voor u betekenen?” 

“Niet hier.” zei Andries Wijngaerds, “Mag ik u verzoeken mij te volgen?” 

Chris twijfelde een moment. Hoe wist hij of dit niet een gevaarlijke gek was? Een wraakactie uitgestippeld door een, door zijn toedoen, veroordeelde crimineel. Uiteindelijk besloot hij dat hij een 70-jarige man waarschijnlijk wel aankon. Daarbij leek de man vriendelijk en beschaafd. Niet dat dat een garantie was maar toch besloot hij het erop te wagen.

Ze liepen een stukje terug over het Spaarne en staken de rivier over via de oude draaibrug. Aan de overzijde liepen ze weer terug de kant op waar ze vandaan kwamen. En binnen twee minuten stonden ze stil voor het imposante Hodshon-huis van de KHMW. De Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen. Als gerenommeerd advocaat kende hij het gebouw en het genootschap dat hier samenkwam maar hij was zelf geen lid en was er dan ook nooit binnen geweest. Een van de partners van het kantoor waar hij zijn carrière was begonnen, was wel lid en had hem verteld over het eeuwenoude geleerde genootschap dat als doel had wetenschappelijke informatie te delen, ter discussie te stellen en te bevorderen door middel van het uitzetten van complexe wetenschappelijke prijsvragen. Ook huisvestte het pand een bijzondere historische bibliotheek met onder andere een eerste druk van Newton’s ‘Philosophiae naturalisprincipia’.

Meneer Wijngaerds opende een van de dubbele deuren die toegang gaf tot een prachtige hal met een ingelegde marmeren mozaïekvloer en een hoog plafond waar een grote kroonluchter de ruimte vulde. Hij liep snel, zonder rekening te houden met de indrukken die zijn gast opdeed, naar de andere kant van de hal een gang in. Chris moest zijn pas versnellen om hem weer in te halen. De gang was aan beide zijden met luxe lambrisering betimmerd en daarboven hingen portretten van geleerden in zwaar vergulde en houten lijsten. De gang was zeker 30 meter lang en werd hier en daar onderbroken door een deur met een gekrulde koperen deurkruk. Bijna aan het einde van de gang stopte Andries Wijngaerds bij een deur en opende deze. “Komt u verder.” zei hij met een uitnodigend gebaar naar binnen. Chris stapte de kamer binnen. Deze was dieper dan dat hij breed was en het eerste dat opviel was het enorme bureau dat aan de verste zijde van de kamer stond met één stoel erachter en een ervoor. Op het blad van de tafel stond een grote schemerlamp die de ruimte spaarzaam verlichtte. Aan de rechterzijkant van de kamer bedekte een hoge boekenkast de gehele wand. In de kast stonden rijen, in leer gebonden, boeken die eruit zagen alsof ze honderden jaren niet van hun plek waren gehaald. Aan de andere kant waren vier hoge ramen die werden geflankeerd door donkerblauwe zware fluwelen gordijnen en die uitzicht boden op het stille en donkere Spaarne en de Waag waar hij zojuist nog had gestaan. Gek genoeg had hij het gevoel alsof dat een leven geleden was geweest.

“Gaat u zitten.” zei meneer Wijngaerds en hij knikte naar de stoel voor het bureau. Zelf nam hij plaats op de andere stoel. Even was er een vreemd moment van stilte waarin de oude man nog leek te twijfelen of hij er goed aan deed Chris in vertrouwen te nemen. Het moment was echter snel voorbij en met een dringende blik in zijn ogen begon hij te praten. “Meneer Van Linschoten, het is van het grootste belang dat u, nadat ik straks mijn verhaal en verzoek uiteen heb gezet, beseft dat deze informatie NOOIT gedeeld mag worden. Het belang zal u snel duidelijk worden maar toch wil ik nu al uw garantie tot stilzwijgen.” 

“Ik ben advocaat. Vertrouwelijkheid is zeg maar mijn core-business.” zei Chris met opgetrokken wenkbrauwen. Maar de man tegenover hem leek nog niet overtuigd. “Ik garandeer het.” voegde hij daarom toe. Meneer Wijngaerds knikte tevreden en boog zich iets verder naar achteren.

“Zoals u waarschijnlijk weet bent u in het huis en werkplaats van het Genootschap der Geleerden. Het genootschap is opgericht in 1752 door Arent de Raet, burgermeester van de stad. Het is het jaar waarop de Gregoriaanse kalender werd ingevoerd, Benjamin Franklin de bliksemafleider per toeval ontdekte en een groot Nederlands VOC-schip zonk in de Zuid-Chinese zee.

Het was ook een tijd waarin de zowel de katholieke, de protestante en de gereformeerde kerk een nieuwe bedreiging het hoofd moesten bieden: de wetenschap. De oprichting van het Haerlemsche genootschap werd gezien als een rechtstreekse aanval op de kerk en het werk van Duivel om arme volgers weg te lokken van het geloof, door ze het hoofd op hol te brengen met kennis. Want de priesters en bisschoppen waren zeker niet gek. Zij wisten dat kennis leidde tot vragen. Ingewikkelde vragen, die niet altijd beantwoord konden worden. En dat dit kon leiden tot individualisme en zelfstandigheid. En juist daar zaten de kerken niet op te wachten. In die jaren was de Textielnijverheid in Haarlem en Leiden in verval geraakt. Stoffen werden nu door grote schepen geïmporteerd uit Frankrijk en gekleurd met mysterieuze uitheemse kleurstoffen. Veel arbeiders waren weggetrokken uit de stad en het inwonersaantal was teruggelopen van ruim 50.000 inde eeuw ervoor tot nog maar net 20.000.

De macht van de kerk was cruciaal voor het welzijn, de veiligheid en zelfs het voortbestaan van de stad, zo dachten de bestuurders van de kerk (en de stad). Maar hoe bevecht je een vijand die je niet te lijf gaat met wapens maar met kennis. Het was een probleem waar de kerken niet eerder mee geconfronteerd waren. Na lang beraad besloot een woordvoerder van het gezamenlijk kerkelijk genootschap het gesprek aan te gaan met de raad der directeuren van het Genootschap der Geleerden. In een uiterst geheime en langdurige bijeenkomst werd een pact gesloten waarin beide partijen elkaar de vrijheid van zelfstandig handelen beloofden en waarbij zij tevens een uitwisselingsverdrag sloten voor het delen van cruciale informatie om zo de veiligheid en het voortbestaan van de stad Haarlem te verzekeren.”

Andries Wijngaerds zweeg even en controleerde met een blik of zijn gast hem nog volgde. Chris knikte en de geleerde man vervolgde zijn verhaal.

“In de afgelopen eeuwen is de samenwerking tussen kerk en wetenschap een bijzondere en vruchtbare vriendschap geworden. Door het steeds meer verminderde en verblekende karakter van de kerk in de maatschappij, de politiek en het bestuur, werden zij een meer spirituele en beschouwende speler. Priesters, dominees, paters en diaken werden historische geloofsgeleerden, theologen en filosofen.

En het beschermen van de stad door het verkrijgen en analyseren van historische en hedendaagse informatie bleek een belangrijke en moeizame taak die voor het oog van de Haarlemmers, het politieke stadsbestuur en zelfs de politie verborgen bleef.

En dat…” zei mijnheer Wijngaerds, “brengt mij bij de gebeurtenis waarvoor ik u heb benaderd, meneer Van Linschoten.”

“Ik begrijp het niet.” zei Chris. “Waar moet Haarlem dan precies tegen beschermd worden?”

“Het Kwaad, meneer Van Linschoten.” zei Wijngaerds op doordringende toon. 

Chris, die tot dat moment gefascineerd had geluisterd, keek de man verbijsterd aan en begon zenuwachtig een beetje hijgerig te lachen. “Het kwaad?! Als in: de Duivel, de Heer van het Duister, Beëlzebub? En dat, of die, of hoe je het ook noemt, bedreigt Haarlem? Is dit een grap?” Hij begon zijn stoel naar achteren te schuiven. Hij was boos dat hij zich had laten verleiden om midden in de nacht mee te gaan met deze demente bejaarde die blijkbaar geen grip op de werkelijkheid meer had. 

“Mijnheer Van Linschoten, hoort u mij alstublieft nog even aan. Ik kan me goed voorstellen dat u mij niet gelooft maar ik kan het u uitleggen. Geeft u mij nog vijf minuten.” Chris ging aarzelend weer zitten. De heer Wijngaerds stond wel op en liep naar de boekenkast. Hij trok een dik boek van een hoge plank en kwam terug naar het bureau. Hij legde het boek voorzichtig neer en bladerde een moment voor hij het naar Chris toedraaide. Het was een prent van een oeroud schilderij of wandkleed, half vergaan. Het gedeelte dat nog zichtbaar was toonde een vreemd tafereel van diverse mannen met hoge witte mijters op. Ze zaten in rijen van drie en werden verdeeld door een banier met een zo op het eerste gezicht Arabische tekst.

“Heeft u wel eens gehoord van het Manicheïsme?” vroeg Wijngaerds. Chris schudde zijn hoofd. “Dat is ook niet verbazingwekkend. Het is een geloofstroming uit de tweede eeuw na Christus uit Perzië. Dit was de eerste afsplitsing van het oorspronkelijke joods-christelijke geloof, gesticht door een man genaamd Mani uit een adellijke Iraanse familie.

Deze man predikte dat het goede, het Goddelijke, het Licht niet kon bestaan zonder een dualistische tegenhanger: het Duister, het Kwaad. Hij meende dat het Duister in stand gehouden moest worden om het bestaan van het Licht te waarborgen. Door onthouding en intellectuele groei kon een individu het Duister in zichzelf overheersen en het Licht bereiken. Op 24 jarige leeftijd ervoer Mani hoe in hemzelf een “hogere ik’ ontwaakte die hem een zekere macht gaf. Sindsdien beschouwde hij zichzelf als de door Jezus voorzegde ‘Vertrooster’” Meneer Wijngaerds wees op een tekst in het boek onder de prent. Er stond:

“Ik heb jullie nog veel meer te zeggen, maar jullie kunnen het 

nog niet verdragen. De Geest van de Waarheid zal jullie, 

wanneer hij komt, de weg wijzen naar de volle waarheid.”

Johannes 16:12-13

De twee mannen keken elkaar een moment aan zonder iets te zeggen.

Toen ging meneer Wijngaerds weer zitten aan de andere kant van het grote bureau en vlocht zijn vingers samen voor zijn borst. 

“Het komt er op neer dat Mani zichzelf zag als profeet en brenger van het Licht. Hij was door zijn overtuiging echter ook de beschermer van het Kwaad. Het Licht kon alleen bereikt worden wanneer het Duister was overwonnen, maar daarvoor moest er wel een Duister bestaan. En in de loop der jaren werd het hem duidelijk dat wanneer het Duister niet door het Lot aangeleverd werd, het Lot een handje geholpen diende te worden. Zo creëerden de monniken van het Manicheïsme situaties voor zichzelf waarin zij pijn en lijden konden ervaren, doorstaan en uiteindelijk overwinnen. Dit nam steeds meer extreme vormen aan waarbij zij op den duur zelfs familieleden ‘offerden’ om zo het diepste Duister te kunnen ervaren.”

“Maar u zei dat het Manicheïsme inmiddels is uitgestorven.” zei Chris “Ik wil u niet opjagen maar waarom ben ik hier nu precies?” 

Meneer Wijngaerds lachte even. “U bent een man van uw tijd, meneer Van Linschoten. ‘Praatjes vullen geen gaatjes’ en ‘Niet praten maar poetsen’ zijn voor u vast regelmatig gebruikte zegswijzen.” Chris voelde zich een beetje op de vingers getikt maar hij weigerde zich van de wijs te laten brengen. Hij was dan wel geïntrigeerd door dit hele avontuur maar hij vond dat hij inmiddels toch recht had op een verklaring voor deze vreemde nachtelijke ontmoeting. Alsof Wijngaerds zijn gedachten had gelezen ging hij verder: “Maar u heeft gelijk. Ik zal het u duidelijk maken. Hoewel het Manicheïsme officieel niet meer wordt erkend als religie, is er nog steeds een wereldwijd genootschap van overtuigde ‘Nachtridders’, zoals ze zichzelf noemen. Ze hebben zich als doel gesteld om zoveel mogelijk leed te verspreiden in een Goddelijke missie om de mensheid de kans te geven boven zichzelf en hun verdriet uit te stijgen en het Licht te bereiken. Zij manifesteren zich niet als Nachtridders maar sluiten zich aan bij diverse extremistische groeperingen in elk deel van de wereld en delen daar hun expertise in explosieven, logistieke planning en militaire strategie. Ze vechten onzichtbaar en achter de schermen mee in oorlogen die niet hun oorlogen zijn, met een doel dat voor hun ‘kameraden’ nooit bekend zal zijn. En nu…doet het mij spijt te moeten berichten, dat zij hun pijlen op Haarlem hebben gericht.”

Comments (2)

Inemarie Dekker's picture

Inemarie Dekker

April 13, 2016, 10:27 am -
Comment: 
Heel leuk verhaal om te lezen! De spanning wordt opgebouwd, ik krijg zin om verder te lezen! Ik krijg een beetje een Da Vinci code gevoel erbij. Ik heb een foto toegevoegd en de opmaak iets mooier gemaakt: voor de leesbaarheid. Verder zag ik tijdens het lezen wat typefoutjes. Wel: als lezer twijfelde ik eraan waarom Chris naar Andries toe zou gaan. Kan je nog een overtuigender reden vinden waarom hij middernacht er toch naar toe gaat. De lezer zou niet moeten twijfelen aan de beweegredenen van de hoofdpersoon. En ik struikelde als lezer over de zin over hoogopgeleide. Als het iets is wat Chris denkt, is het prima. Maar ik las het alsof de schrijver dit vindt ;) Veel schrijfplezier en succes!
Heleen Folgering's picture

Heleen Folgering

February 6, 2017, 12:33 pm -
Comment: 
Hoi Inemarie. Nog bedankt voor je feedback op mijn verhaal. We zijn bijna een jaar verder maar ik heb je tips ter harte genomen en een aantal correcties doorgevoerd. Ik hoop dat de meeste type- en spelfouten er nu uit zijn. Groeten, Heleen

Leave a comment.

Waar moet dit heen?
Het begin is er. Wie heeft er goede ideeën voor de voortgang en tips voor de schrijfstijl?
Heleen Folgering's picture
Heleen Folgering
VerLiefd op Haarlem, verliefd op schrijven maar altijd bezig met andere zaken. Tot ik ga zitten en ga schrijven.

Ontvang iedere week een gratis verhaal!

Laat je inspireren door de beste schrijvers en ontvang de nieuwste verhalen per mail!
Geef je op en je krijgt wekelijks een gratis verhaal opgestuurd.

 

Ja, dat wil ik wel   Of bestel het magazine

Het podium voor jouw verhaal

De Verhalenmakers is een sociale onderneming met als belangrijkste doel: bijdragen aan verbinding.

Wij bieden een podium voor verhalen, schrijvers en professionals omdat we geloven in de kracht van storytelling.

Ben je een schrijver of wil je graag schrijven?
Meld je aan!

Twitter

RT @JetPeep: Wat moet een stadse puber nu op het Franse platteland. Saai? Integendeel. Lees zijn avontuur https://t.co/JjsrpPC1w5 https://t…
De Verhalenmakers (3 years ago)
Tnx @CarienTouwen voor de publicatie over de #verhalenwedstrijd op https://t.co/UX4u38lwNw. Kom maar door met die mooie verhalen!
De Verhalenmakers (4 years ago)
Tnx @HaarlemseZaken voor de publicatie over de #verhalenwedstrijd. Kom maar door met die mooie verhalen! https://t.co/12HeDI8DRf
De Verhalenmakers (4 years ago)
Yes! https://t.co/ytcegbvBAv
De Verhalenmakers (4 years ago)
Mooi begin van een nieuw #verhaal https://t.co/6aPxB6LDjH
De Verhalenmakers (4 years ago)

@social #media

Contact

De Verhalenmakers

info [at] verhalenmakers.com
of ga naar de contactpagina