Vrije dag oftewel de Mooiste

Willeke Havinga's picture Willeke Havinga Aantal keren gelezen: 44 Mensen

Als het regent, je niet naar buiten kunt, dan ga je dus schrijven. Ik wel tenminste. Jullie ook?

Vrije dag

oftewel de Mooiste

 

Bellen op het water. Het is een plensbui. Het is rotweer.

En uitgerekend nu, op mijn vrije dag, nu ik mijn leuke zomerjurkje heb aangetrokken en plannen heb gemaakt, op de fiets naar de stad, shoppen, terrasje, glaasje wijn. Lekker in de zon. Dit is geen weer voor een zomerjurk. Deze dag vraagt om een lange broek, een regenjas en alleen maar vlug boodschappen doen bij de Plus. And that’s it.

In mijn woonkamer ligt een boek op me te wachten. Een boek om te lezen, een boek om te schrijven. Welke van de twee wordt het? Het boek om te lezen is een thriller, het boek om te schrijven…. Ja, waar zou ik over kunnen schrijven?

 

Omkleden, zomerjurk terug in de kast, ingeruild voor zwarte broek en wit truitje. Dan boodschappen doen. Als ik thuiskom zet ik koffie, trek mijn natgeregende broek en trui uit. Mijn roze jurkje aan. Schrijven dus! Maar waarover? Als mijn ogen afdwalen naar het raam en ik de slierten regendruppels zie die over de ruit naar beneden stromen, met de pest in mij lijf, valt mijn oog op een bundel van plezierdichters, over humorversjes en onzinrijm. Misschien brengt het één of het ander gedicht me in een betere stemming.

Met de dichtbundel en een beker koffie ga ik op de bank zitten. Lukraak blader ik door het boek, grasduin ik tussen de grote dichters met de soms geestige, soms flauwe gedichten. A. Roland Holst, zo lees ik, schrijft onder een schuilnaam, Frans Muller over een vrouw ‘die schreed alsof ze nooit zou sterven’.

Zulke vrouwen ken ik wel, sommige heb ik ook bij mij in de klas gehad. Scholieren, leerlingen, bloedmooi en dat wisten ze. Daarom hadden ze ook een soort van arrogantie die mij, - ik was in mijn middelbare schooltijd meer het type ‘grijze muis’ die nooit die schare van bewonderaars achter zich aankreeg als die meiden- stoorde, jaloers maakte. Zelfs nu nog, nu ik niet meer hun medeleerling maar hun docente ben.

A. Roland Holst spreekt over ‘trotse gang’, over ‘fragiel en sierlijk’ En in mijn hoofd ontstaat een verhaal, een verhaal over leerling op een middelbare school, een schoonheid van, wat zullen we zeggen, 15 jaar. Ik plaats haar, ik denk dat ik haar Suzanne noem. Ja, de schone Suzanne, ’s morgens vroeg bij haar thuis in de badkamer. Voor de spiegel, uiteraard, want zo’n knap meisje…

 

Ik drink snel mijn koffie op, leg naast mijn computer de gedichtenbundel - ‘ik wou dat ik twee hondjes was’ bijeengebracht door Vic van der Rijt, -voor mij de reden om een door hem samengestelde CD met Italiaans liedjes in de CD-speler te leggen.- open op de bladzijde met het gedicht van Roland Holst, sorry Frans Muller. En terwijl Enrico Caruso begint met het zingen van O sole mio, (De zon begint weer te schijnen na een tempesta, na een storm, een plensbui, het kon niet beter vandaag.) begin ik te typen.

 

de Mooiste

 

Eigenlijk ben ik best wel knap.

 

Ik sta voor de spiegel en bewonder mezelf.

Nou vooruit, mijn haren springen nu nog alle kanten uit. Ik zie ook iets van een jeugdpuistje maar dat haar wordt dadelijk in goede vorm gebracht en voor het puistje heb ik crème en met een klein beetje meer mascara is er niets meer van te zien. Ik trek mijn nachthemd uit, omdat ik wil gaan douchen. Ik sta voor de spiegel, kijk naar mijn borsten, zie hoe mooi ze zijn. Ja, kijk eens naar mijn borsten…. Ik zie het mijn klasgenootjes wel doen hóór! Denk maar niet dat ik het niet doorheb als hun blik afdwaalt van mijn blauwe ogen naar beneden om te blijven rusten op mijn opbollende truitje. Ja, ze zijn mooi, mijn borstjes. Ik streel ze even, -de jongens in mijn klas zouden er een moord voor willen doen om dat ook te mogen. Nou vergeet het maar, jongens. Afblijven!- de aanraking zorgt voor een fijn gevoel. Mijn tepeltjes worden hard. Ik trek mij slipje uit, zou ik…? Nee, douchen, nu. Ik zet de waterkraan aan, zeep en spons onder handbereik. En… gebonk op de badkamerdeur!

SUZANNE!’ Sem, mijn broertje. ‘Suzanne, ben jij nu nog steeds in de badkamer?’

Ja duh. Ik roep: ‘Ja, wat moet je?’

Trixie moet uitgelaten worden!’

Dus daar komt hij mee aanzetten, met het uitlaten van de hond.

Nou en?’ vraag ik, luidkeels om boven het gekletter van het water uit te komen.

Het is vandaag jouw beurt om met haar te gaan lopen.’ De zeur!

Ik sta onder de douche’ roep ik. ‘En daarna moet ik naar school. Laat Trixie zelf maar even uit.’

Maar dan moet jij de komende twee dagen met haar weg.’

Ik zucht ‘What ever’.

Hij taait af. Ik hoor hem de hond roepen. ‘Kom dan meisje, kom, dan mag je mee.’

Daar ben ik mooi vanaf!

Ik zeep me in, spoel me af, was mijn haar. Dan afdrogen en terug naar mijn kamer.

Ik trek schoon ondergoed aan, hijs me in mijn skinny jeans en trek een leuk bloesje aan, wit, enigszins doorschijnend. Laat die jongens maar kijken… Laat ze maar hopen, laat ze maar dromen.

Ik föhn mijn haren, die prachtige blonde lokken en stift mijn lippen. Een lichte kleur rood, het is immers een gewone schooldag. Nu nog een beetje rouge en dan mijn schoenen aan. Geen lompe gympen maar een beetje elegant schoentje. Dan ben ik klaar voor de dag.

De huisdeur slaat dicht. Sem komt thuis. Ik hoor hem roepen: ‘TRIXIE, BLIJF HIER!’

Dat domme beest doet altijd waar ze zelf zin in heeft en mijn broer heeft haar weer eens niet onder controle. Ik hoor Trixie de trap op rennen en Sem achter haar aan. ‘Kom nou hier’ smeekt hij. ‘Met die modderpoten maak je toch alles vies!’

Ik denk: ‘Modderpoten? Wat voor weer is het dan?’

Ik schuif de gordijnen open…

Het is rotweer. De regen stroomt en de lucht is helemaal grijs. Het zal vandaag niet meer droog worden, denk ik. Ben ik even blij dat ik Sem zo gek heb gekregen met de hond uit te gaan. Nu er nog voor zorgen dat ik niet op de fiets naar school hoef. Dat mama het goed vindt dat ik met de bus ga. Of beter nog dat zij mij, -en vooruit, Sem ook-, naar school brengt. Want als ik door de regen moet fietsen dan blijft er van mij kapsel weinig over, en als ik me op het toilet op school afdroog veeg ik ook al mijn mascara af. Dan ben ik natuurlijk nog steeds het mooiste meisje van de klas maar toch…

Snel naar beneden dus. Mijn slaapkamer uit de overloop op en…

Er is iets glads op de overloop. Water? Modder? Ik voel hoe mijn linkervoet de grip verliest. Ik glij uit. Ik val. Ik duikel de richting van het trapgat op, ik knal de diepte in. Ik kan me niet meer tegenhouden. Ik hoor nog net hoe boven aan de trap Sem begint te gillen, hoe Trixie begint te blaffen en mijn moeder vanaf de keuken roept: ‘Niet zo’n herrie maken op die trap!’ Beneden, in de gang staat een dressoirkastje. Mijn hoofd komt tegen de rand van het kastje. Die klap…

 

Zal ik in de hemel óók weer de mooiste zijn?

 

Dat is mijn verhaal!

En hierna mag de dichter spreken, die begint te vertellen net na dit verhaal.

De dichter die schreef:

 

IK ZAG EEN VROUW DIE SCHREED

ALSOF ZIJ NOOIT ZOU STERVEN

 

De vrouw, die schreed alsof zij nooit zou sterven,

Wordt voor mij uitgedragen in haar kist.

Zij heeft in trotse gang één stap gemist,

Haar broos bestaan viel als een vaas in scherven.

Een drempel, van twee centimeter dikte,

Tussen haar slaapvertrek en haar boudoir,

Bleek voor de dood genoeg om over haar

Triomf te vieren, zij gleed uit en zwikte

 

En sloeg toen met haar hoofd door ‘t spiegelglas

Van een commode, stijl Louis quatorze,

Fragiel en broos als zijzelf, waarvoor ze

Zo trots eens schreed of zij onsterf’lijk was.

 

Zo!

 

Tijd voor een nieuw beker koffie. En mijn thriller die al sinds de ochtend geduldig op me ligt te wachten. Buiten klettert nog steeds de regen op ruiten, straten en pleinen. Op deze, mijn vrije dag.

 

Leave a comment.

Willeke Havinga's picture
Willeke Havinga
geboren 14 februari 1963, in Eindhoven. woonachtig in Tilburg, studeerde theologie aan de Theologische Faculteit Tilburg. liefhebberijen zijn: schrijven, lezen, schilderen, vroeger ook toneelspelen en zingen. En om maar meteen uit de kast te komen... ik val op vrouwen. En dat komt af en toe in mijn verhalen terug.

Ontvang iedere week een gratis verhaal!

Laat je inspireren door de beste schrijvers en ontvang de nieuwste verhalen per mail!
Geef je op en je krijgt wekelijks een gratis verhaal opgestuurd.

 

Ja, dat wil ik wel   Of bestel het magazine

Het podium voor jouw verhaal

De Verhalenmakers is een sociale onderneming met als belangrijkste doel: bijdragen aan verbinding.

Wij bieden een podium voor verhalen, schrijvers en professionals omdat we geloven in de kracht van storytelling.

Ben je een schrijver of wil je graag schrijven?
Meld je aan!

Twitter

RT @JetPeep: Wat moet een stadse puber nu op het Franse platteland. Saai? Integendeel. Lees zijn avontuur https://t.co/JjsrpPC1w5 https://t…
De Verhalenmakers (3 years ago)
Tnx @CarienTouwen voor de publicatie over de #verhalenwedstrijd op https://t.co/UX4u38lwNw. Kom maar door met die mooie verhalen!
De Verhalenmakers (3 years ago)
Tnx @HaarlemseZaken voor de publicatie over de #verhalenwedstrijd. Kom maar door met die mooie verhalen! https://t.co/12HeDI8DRf
De Verhalenmakers (3 years ago)
Yes! https://t.co/ytcegbvBAv
De Verhalenmakers (3 years ago)
Mooi begin van een nieuw #verhaal https://t.co/6aPxB6LDjH
De Verhalenmakers (3 years ago)

@social #media

Contact

De Verhalenmakers

info [at] verhalenmakers.com
of ga naar de contactpagina