Laatste Pagina

Willeke Havinga's picture Willeke Havinga Aantal keren gelezen: 90 Liefde

Alex, een schrijver, in het ziekenhuis, bij zijn vrouw.

Laatste Pagina

 

De zon schijnt. Maar het lijkt koud te zijn. Naar buiten kijkend ziet Alex hoe mensen het ziekenhuis binnenkomen, gekleed in mutsen, winterjassen en handschoenen. Vanaf de vijfde verdieping kan hij de bevroren adem niet zien, hij hoort de verpleegsters elkaar niet begroeten met de woorden ‘het is toch nog behoorlijk koud vandaag’. Maar hij gelooft dat ze het tegen elkaar zullen zeggen en blij zijn naar binnen te kunnen, de warmte in.

Hijzelf draagt geen jas of muts. Hij is gekleed in een rode broek en een T-shirt onder een lichtblauwe blouse. Hetzelfde als wat hij gisteren droeg. Alex is vannacht niet naar huis gegaan. Hij is bij haar gebleven.

 

Ze ligt in bed, Irene. Ze slaapt.

Hij zou met zijn hand door haar rode krullen willen aaien. Maar die krullen die heeft ze niet meer. Hij zou haar hand vast willen houden maar een infuus maakt dat lastig. Dus heeft hij de voorbij nacht haar arm gestreeld, zachtjes en even zacht gezegd dat hij van haar houdt, dat hij bij haar is, dat hij bij haar zal blijven.

Net zolang als het nodig is, totdat…

 

‘Het is koud buiten’ zegt hij terwijl zich naar haar omdraait, weer naast haar bed gaat zitten. En hij zou willen dat ze haar ogen opslaat, even naar hem lacht, met een slaperige blik in haar ogen, zoals op een zondagmorgen, als hij haar ontbijt op bed kwam brengen. Even een hand door haar haren, een kus op haar voorhoofd, zijn vaste ritueel om haar te wekken. Dan lachte ze even, vroeg hoe het weer was buiten en als hij dan zei dat het regende bleven ze soms de hele dag in bed. Tegen elkaar aan gekropen, met een omhelzing, een knuffel, tedere liefkozingen. Soms lazen ze dan, zij een boek van Griet op de Beeck, Jonas Janson of John Irving – een boek van hem las ze niet of anders op een moment dat hij het niet zag en ze las ook geen manuscript dat ze door de uitgeverij moest beoordelen. Op regenachtige zondagen werd niet gewerkt. Alex mocht van haar ook niet gaan schrijven.- en hij een misdaadroman of een thriller. Dan zeiden ze niet veel, af en toe een glimlach, dat was genoeg.

 

Ze glimlacht niet.

Haar mond is een dunne streep, bleek, niet meer vol rood, haar favoriete kleur lippenstift, maar een bijna onzichtbaar roze. Af en toe vertrekt haar mond, haar gezicht. Een pijnscheut, vermoed Alex. Op die momenten fluistert hij of aait haar, machteloze gebaren van liefde en nabijheid. Hij weet niet of ze zijn stem nog kan horen, zijn aanraking nog kan voelen.

 

Ze is tien jaar jonger dan Alex. Zijn toenmalige vrouw had hem vijf jaar eerder verlaten. Zijn pijn had hij van zich afgeschreven: zijn eerste roman.

Irene werkte bij de uitgeverij die had besloten zijn boek uit te geven.

Hij viel als een blok voor haar. Andersom was dat anders. Hij moest moeite doen om haar te veroveren en hij was, al die jaren dat ze samen waren, bang dat ze hem zou verlaten, ooit. Voor een andere man, een jongere man, voor een interessantere man. Voor een andere man.

Als ze het had geweten, dan had ze hem erom uitgelachen. ‘Sukkel’ zou ze gezegd hebben. ‘Als er een andere man zou zijn’ zou ze zeggen, ‘dan hield ik die wel als minnaar. Er is niets zo leuk als het twee-walletjes-concept. De spanning van stiekeme afspraakjes in smoezelige hotelkamertjes en de zekerheid van het riante inkomen dat jij mee naar huis neemt als o zo saaie schrijver van bestsellers.’

Ze zou gezegd hebben dat ze het liefst haar minnaar verleidt zou hebben bij het zwembad. ‘Ik in een sexy bikini, hij, een knappe jongeman die mij met zijn ogen zou uitkleden. Maar ja…,’ zou ze lachen. ‘Jij zou het allemaal zien, zittend achter jouw bureau, werkend aan jouw volgende boek. En ik zou er geen kans voor hebben gekregen.’ Een pruilmondje, dat zou ze trekken. ‘Helaas’ zou ze zeggen. ‘Geen minnaar voor die arme kleine Irene.’ En ze zou schateren van het lachen.

En juist dat zou hem weer aan het piekeren hebben doen slaan. En die dag zou er geen zinnig woord op papier komen.

 

Er was geen andere man, nee. Maar ze zou hem wel verlaten. Binnenkort. Voorgoed.

 

Ze ademt zachtjes, regelmatig nog. Alleen af en toe, dan lijkt een nieuwe ademhaling weg te blijven. Dan raakt hij in paniek, even, dan moet hij zich inhouden niet op de bel te drukken, de zuster te roepen.

 

De dokter was nog optimistisch geweest, in het begin… de prognoses waren goed.

‘We redden het wel, samen’ had Alex gezegd.

Irene had er een grapje van gemaakt. ‘We zullen wel moeten’ zei ze. ‘Jan Wolkers heeft het boek over een roodharige geliefde met kanker al geschreven.’

‘Een roodharige geliefde die sterft.’ Hij zei het en zijn hart kromp ineen bij de gedachte. ‘Zo’n boek wil ik helemaal niet schrijven.’

‘Nou’ zei ze. ‘Dan doen we dat toch lekker niet. Jij schrijft er niet over en ik maak het niet mee.’ En ze waren samen in een restaurantje beland, glaasje wijn er bij en besloten zich geen zorgen te maken. Totdat de dokter zei dat zij zich wél zorgen maakte.

En uiteindelijk, de prognoses werden slechter en slechter. En als hij eerlijk was, dan kon hij ook zien dat het steeds slechter met haar ging, steeds meer vermoeidheid, steeds vaker even op bed gaan liggen. Steeds meer pijn.

 

Nu ligt ze in bed. Misschien heeft ze niet veel pijn, nu. Maar dat komt ook door de morfine die, heel gedoseerd, via het infuus haar lichaam binnenkruipt, haar slapende houdt, ook. En straks is ze weg.

‘Wat moet ik zonder jou?’ zegt hij en hij moet moeite doen niet te huilen. Hij besluit de tranen toe te laten. Ze biggelen over zijn wangen.

‘Alex?’ Haar stem klinkt zwak. Ze is wakker geworden. Tegen alle verwachting in. Hij kijkt haar aan. Ze ademt moeizaam, heeft ze pijn?

‘Liefje’ stamelt hij.

‘Ik ben bang…’ zegt ze en ze haalt adem. ‘ik ben bang dat het boek zichzelf schrijft. Of we nu willen of niet.’

Hij knikt. Hij pakt haar hand vast. ‘Heb je pijn?’

Ze schudt van ‘nee’ maar hij kan zien dat dát alleen al haar zeer doet.

‘Kan ik iets voor je doen?’ vraagt hij.

‘Hou je van mij?’ fluistert ze.

‘Meer dan ik zeggen kan.’

Een flauwe glimlach vormt zich om haar lippen. ‘Dan doe je al genoeg!’

Ze sluit haar ogen weer. Ze zucht.

 

Hij kijkt naar haar. En langzaam dringt het tot hem door.

Ze is voorbij de laatste pagina.

Leave a comment.

Willeke Havinga's picture
Willeke Havinga
geboren 14 februari 1963, in Eindhoven. woonachtig in Tilburg, studeerde theologie aan de Theologische Faculteit Tilburg. liefhebberijen zijn: schrijven, lezen, schilderen, vroeger ook toneelspelen en zingen. En om maar meteen uit de kast te komen... ik val op vrouwen. En dat komt af en toe in mijn verhalen terug.

Ontvang iedere week een gratis verhaal!

Laat je inspireren door de beste schrijvers en ontvang de nieuwste verhalen per mail!
Geef je op en je krijgt wekelijks een gratis verhaal opgestuurd.

 

Ja, dat wil ik wel   Of bestel het magazine

Het podium voor jouw verhaal

De Verhalenmakers is een sociale onderneming met als belangrijkste doel: bijdragen aan verbinding.

Wij bieden een podium voor verhalen, schrijvers en professionals omdat we geloven in de kracht van storytelling.

Ben je een schrijver of wil je graag schrijven?
Meld je aan!

Twitter

RT @JetPeep: Wat moet een stadse puber nu op het Franse platteland. Saai? Integendeel. Lees zijn avontuur https://t.co/JjsrpPC1w5 https://t…
De Verhalenmakers (3 years ago)
Tnx @CarienTouwen voor de publicatie over de #verhalenwedstrijd op https://t.co/UX4u38lwNw. Kom maar door met die mooie verhalen!
De Verhalenmakers (3 years ago)
Tnx @HaarlemseZaken voor de publicatie over de #verhalenwedstrijd. Kom maar door met die mooie verhalen! https://t.co/12HeDI8DRf
De Verhalenmakers (3 years ago)
Yes! https://t.co/ytcegbvBAv
De Verhalenmakers (3 years ago)
Mooi begin van een nieuw #verhaal https://t.co/6aPxB6LDjH
De Verhalenmakers (3 years ago)

@social #media

Contact

De Verhalenmakers

info [at] verhalenmakers.com
of ga naar de contactpagina