Zit onze taal in de gevarenzone?

Barbara van Wijk Aantal keren gelezen: 581 Maatschappij

De Nederlandse taal is moeilijk, toegegeven. Maar is dat een reden om hem aan te passen? Een taal mag leven, en dus veranderen, maar dan wel om met de tijd mee te gaan en niet om de taal te vereenvoudigen omdat zoveel mensen die grammatica niet onder de knie (willen) krijgen.

Zit onze taal in de gevarenzone? 

Ben ik de enige die zich stoort aan taalfouten? Mijn oog blijft aan zo´n fout kleven en het ergert me. Waar zijn de Nederlandse taallessen van vroeger waar op de dtjes en tjes werd gehamerd. “Het verkeerd in goede staat”  is echt heel verkeerd, “het verkeert in goede staat” is goed. Of “hij bevestigt iets” is helemaal goed, maar hoe vaak zie je “Hij bevestigd iets”. Fout, fout en nog eens fout. Ik geef toe dat het moeilijk is, maar onze taal is het waard om het goed te doen. Maar wie weet nog hoe het moet? Stam plus t. Voltooid deelwoord en het KOFSCHIP. Gebiedende wijs, in enkelvoud altijd zonder de extra t. ¨Bied hem je boek aan!” Zonder t achter bied. Laatst liep ik in een ziekenhuis. Met koeienletters staat daar op een bord “Meldt u bij de balie”. Au. Gebiedede wijs enkelvoud weet u nog? Zonder T dus. Maar niemand stoort zich eraan, lijkt wel. Ben ik de enige?Voor mijn gevoel kan dit niet. Ben ik een uitzondering?

Waarom maak ik me daar druk over? Hoe belangrijk is die D of die T? Maakt het wat uit? In feite niets. Alles draait gewoon door. De mensen melden zich aan de balie of daar nu wel of geen verkeerd T-tje staat. Of is het een verkeert T-tje? NEEEE! Maar toch. Het verschil tussen betaald en betaalt is levensgroot, het een is al gebeurd en het andere is bezig te gebeuren, ofwel het gebeurt nu op dit moment.  En dan heb ik het nog niet over de verleden tijd van woorden met een D of T in de stam: hij berichtte, zij antwoordde.

Moeten we het maar laten zitten? Te moeilijk? Het maakt ook niet uit?

Ik zou het een verarming van onze mooie taal vinden, in hetzelfde licht als ´mensen blijven gewoon vloeken, laten we het dan maar accepteren.´ Of als er verkeersregels aangepast worden omdat mensen zich toch niet aan de bestaande regels houden. Of als de grenzen van het mogelijke opgerekt worden om tegemoet te komen aan de uitdagers.

Op zich heb ik niets tegen vernieuwing. Maar dan wel omdat het vernieuwing is, en niet omdat tegemoetgekomen moet worden aan gemakzucht, nonchalance van de taalgebruiker, of ongeïnteresseerdheid. Dit zou voor mij voelen als het toegeven aan een kind dat een snoepje wil, omdat hij het anders toch pikt, vooruit dan maar…..

Ik zie me nog zitten in de klas. Banken opgesteld in rijtjes van drie en niks praten tijdens de les. De juf of meester was aan het woord en jij moest luisteren. Dat deden we ook, want anders zwaaide er wat. Grammatica. Niet het leukste onderdeel van de taal, maar wel een heel belangrijkste onderdeel. Leuk of niet leuk, het hoort erbij. Niet alles op school hoeft persé leuk te zijn. Toch?

Ik herinner me het gezicht van meester Pinda. Wij noemden hem zo, want hij zat altijd pinda´s te knagen en soms – als we niet opletten – kregen we een pinda tegen ons hoofd. Hij kon zo streng kijken, daar hadden we respect voor, voor zijn manier van kijken. Hij zei niet zo veel, maar keek ons wel zó doordringend aan dat je je wel bedacht om hem tegen je in het harnas te jagen. Zo leerden we Frans, Duits en Engels. En correct Nederlands. 

k heb altijd de neiging om van fouten melding te maken. Vaak doe ik het ook. Hoe vaak zal ik niet uitgemaakt zijn voor tuthola? Kan me niets schelen, dan maar een tuthola, of een mierenneuker, of een van die andere Nederlandse terminologieën die zo helemaal “in”  zijn. Van die woorden die opeens aan komen zetten, een poosje te pas en te onpas worden ingezet, en dan net zo snel weer verdwijnen. Zoals bijvoorbeeld het woord “gaaf”. Dat is niet ´onbeschadigd´, nee, het is ´goed, mooi, geweldig´. Mijn kleindochter vond een tijdlang nogal veel dingen gaaf, maar tegenwoordig zijn precies diezelfde dingen niet meer gaaf, maar “koel” en “vet”. Of is het “cool” en “fat”? Het woordje ´ding´ is ook zoiets, ¨Ik doe mijn ding¨. Waar slaat het op? Een ding is een ding, maar kun je een ding doen? 

Nu moet ik eerlijk bekennen dat ik die nieuwe woordjes nog wel grappig vind. Als die jonge grietjes hier binnen komen stormen en roepen dat ze zo heppiedepeppie zijn, dan hoeven ze mij echt niet uit te leggen wat ze bedoelen, hoor. Dat vind ik nog wel leuk, laat ze maar taallustig erop los fantaseren, maar de grammatica moet gehandhaafd blijven, niks “gehandhaaft”, niks “hij verdiend” Nee, nee en nog eens nee, “Hij verdient”!!! En zo niet? Dan verdient hij een schop onder zijn derrière en mag hij opnieuw de schoolbanken in! 

 

 

Leave a comment.

Ontvang iedere week een gratis verhaal!

Laat je inspireren door de beste schrijvers en ontvang de nieuwste verhalen per mail!
Geef je op en je krijgt wekelijks een gratis verhaal opgestuurd.

 

Ja, dat wil ik wel   Of bestel het magazine

Het podium voor jouw verhaal

De Verhalenmakers is een sociale onderneming met als belangrijkste doel: bijdragen aan verbinding.

Wij bieden een podium voor verhalen, schrijvers en professionals omdat we geloven in de kracht van storytelling.

Ben je een schrijver of wil je graag schrijven?
Meld je aan!

Twitter

RT @JetPeep: Wat moet een stadse puber nu op het Franse platteland. Saai? Integendeel. Lees zijn avontuur https://t.co/JjsrpPC1w5 https://t…
De Verhalenmakers (3 years ago)
Tnx @CarienTouwen voor de publicatie over de #verhalenwedstrijd op https://t.co/UX4u38lwNw. Kom maar door met die mooie verhalen!
De Verhalenmakers (3 years ago)
Tnx @HaarlemseZaken voor de publicatie over de #verhalenwedstrijd. Kom maar door met die mooie verhalen! https://t.co/12HeDI8DRf
De Verhalenmakers (3 years ago)
Yes! https://t.co/ytcegbvBAv
De Verhalenmakers (3 years ago)
Mooi begin van een nieuw #verhaal https://t.co/6aPxB6LDjH
De Verhalenmakers (3 years ago)

@social #media

Contact

De Verhalenmakers

info [at] verhalenmakers.com
of ga naar de contactpagina